Het is oud nieuws van vorige week, maar het blijft de gemoederen beroeren: in Vilvoorde worden enkele sociale woningen verkocht met als bijkomende voorwaarde de kennis van het Nederlands. Onmiddellijk brak er een storm van protest los over de ‘discriminerende’ karakter van deze maatregel. Het meest gehoorde argument tot hier toe hierbij is “het recht op wonen”.
Probleem met dit argument is dat het niet van toepassing is in deze discussie. Het gaat hier niet om het recht van wonen. Het gaat hier over de vraag of iedereen, zonder onderscheid, toegang moet krijgen tot sociale koopwoningen. Het antwoord is natuurlijk neen: sociale koopwoningen zijn alleen toegankelijk voor mensen met een laag inkomen. Op zich is dit een discriminerende maatregelen, aangezien hiermee veel mensen worden uitgesloten. Maar omdat dit een achtergestelde groep bevoordeelt, noemt men dit positieve discriminatie.
Waar het dus over gaat, is de vraag of kennis van het Nederlands een rechtvaardig bijkomend criterium is naast de vele andere criteria tot het toekennen van sociale koopwoningen. En op dit niveau heb ik de discussie nog geen enkele keer gehoord of gelezen.
Persoonlijk ken ik te weinig de achterliggende praktijk bij het toekennen van sociale koopwoningen. Zoals de meeste Belgen denk ik spontaan dat dit bedoeld is opdat mensen die weinig kansen hebben, toch kunnen overgaan tot het aankopen van een eigen woning. Met andere woorden, sociale koopwoningen passen in het bredere verhaal van “sociale maatregelen ter bestrijding van de armoede”. In deze bredere context passen eveneens maatregelen ter bevordering van de kennis van het Nederlands. Want wie Nederlands kent, heeft in België (en zeker in Vilvoorde) meer kansen op de arbeidsmarkt. Omgekeerd, en veel scherper, is het voor sociaal achtergestelde personen die geen Nederlands kennen in Vilvoorde (een Vlaamse stad) nagenoeg onmogelijk om aan werk te geraken. Met andere woorden, maatregelen die ervoor zorgen dat meer mensen Nederlands spreken, zijn (in Vilvoorde) sociaal bevorderlijk.
Maar in Vilvoorde worden sociale koopwoningen en Nederlands kennen (eenmalig?) gekoppeld. Als signaal kan het tellen. Vanuit bovenstaande maatregel kan je concluderen dat het in Vilvoorde menens is in de strijd tegen armoede. Maar vanuit een andere vooronderstelling, zijnde “de Nederlandstalige gemeenschap sluit zich af en wil enkel nog iets doen voor het eigen volk (eerst)”, kunnen we deze maatregel ook discriminerend en en zelfs ronduit racistisch noemen. Vraag blijft dus welke vooronderstelling we laten domineren.
euh …
gelezen…
begrepen…
maar euh …
weet niet goed wat ik daar aan kan toevoegen